Onze toezichthouders

Medezeggenschap en toezicht 2018

Maaike van der Aar

voorzitter FNV

De een denkt mee op strategisch en beleidsmatig vlak, de ander adviseert vanuit een cliënten- of medewerkersperspectief: met een raad van toezicht, cliëntenraad en ondernemingsraad weten we ons als Jeugdbescherming Regio Amsterdam verzekerd van een breed vertegenwoordigd klankbord dat met ons meekijkt en nadenkt over ontwikkelingen en kansen binnen en buiten de organisatie. Soms is een onderwerp groter dan Jeugdbescherming alleen, dat heeft ook onze ondernemingsraad ervaren. Zij hebben, samen met FNV Zorg & Welzijn, met KwaliTIJD voor het Kind het onderwerp werkdruk dit jaar naar een nieuw landelijk niveau getild.

Ondernemingsraad
Voor de ondernemingsraad -die bestaat uit elf leden- was het een stabiel jaar, er waren geen wisselingen in de bezetting. Hierdoor kon er een volgende stap worden gezet op het belangrijkste onderwerp: werkdruk. Met het gezamenlijke initiatief KwaliTIJD voor het Kind vragen de ondernemingsraad en bondgenoot FNV al sinds 2016 landelijk aandacht voor dit groeiende probleem binnen de jeugdzorg. Alle inspanningen resulteerden in 2018 in echte aandacht vanuit de landelijke politiek.

Raad van toezicht
Vitale teams en werkdruk waren dit jaar twee veelbesproken onderwerpen voor onze raad van toezicht. Daarnaast begon 2018 met de toetreding van twee nieuwe leden: Koen Bron en Redouan Maanach. Koen Bron is werkzaam als adviseur bij Andersson Elffers Felix, een adviesbureau voor maatschappelijke vraagstukken. Redouan Maanach is afdelingsmanager Financiën bij Meerinzicht, een samenwerkingsverband van de gemeenten Harderwijk, Ermelo en Zeewolde. Beide nieuwe leden zijn binnen de raad van toezicht ook lid van de financiële commissie.

Cliëntenraad
Dit jaar mocht de cliëntenraad vier nieuwe leden verwelkomen. In totaal telt deze raad zes leden. In 2018 hebben de leden van de cliëntenraad stappen gezet in de professionalisering van de raad, woonden ze casuïstiek bij van onze gezinsmanagers en werd een experiment gestart waarbij de cliëntenraad bemiddelt tussen cliënten en Jeugdbescherming.

Eindelijk aan tafel

Met het gezamenlijke initiatief KwaliTIJD voor het Kind, vragen de ondernemingsraad van Jeugdbescherming en FNV al sinds 2016 landelijk aandacht voor de groeiende werkdruk binnen de jeugdzorg. Alle inspanningen resulteerden in 2018 in echte aandacht vanuit de landelijke politiek. FNV-bestuurder Maaike van der Aar vertelt over manifestaties in Den Haag, gemeenten die zich roeren en over het uitoefenen van echte invloed.

Maaike: “Je kunt de werkdruksituatie in de jeugdzorg zien als een tien liter emmer die continu voor elf liter vol zit. Werkdruk is altijd inherent geweest aan de branche. Maar sinds de stelselwijziging in 2015 in combinatie met een bezuinigingsslag én een stijgende zorgvraag, is deze schrikbarend toegenomen. Er ontstond een gat dat met minder mensen en middelen moest worden gedicht. Hierdoor is de sector in een negatieve spiraal terechtgekomen en kan deze inmiddels met recht een sector in crisis worden genoemd, met werkdruk als vertrekreden nummer één.

KwaliTIJD voor het Kind
Dit platform is opgericht in 2016. Deelnemers aan dit collectief zijn:

  • FNV Zorg en Welzijn
  • FBZ
  • CNZ Zorg en Welzijn
  • Jeugdzorg Nederland

Initiatiefnemers en OR-leden Petra de Vries en Nico Hees van Jeugdbescherming zijn actief betrokken bij KwaliTIJD voor het Kind.

Toen de ondernemingsraad van Jeugdbescherming in 2016 het probleem van de werkdruk aankaartte, wilden we dit probleem gezamenlijk en trapsgewijs aanpakken. Zo zijn we begonnen met het verenigen van werknemers via het platform KwaliTIJD voor het Kind. Later sloten ook de werkgeversorganisaties zich aan. Een volgende stap was het betrekken van de gemeenten. Dit hebben we gedaan door tijdens de gemeenteraadsverkiezingen jeugdzorg onder de aandacht te brengen. Ook achter de schermen hadden we vanuit het collectief veel contact met de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten). Dat werkte: opvallend veel raadsleden lieten zich in 2018 in de media uit over tekorten in hun gemeente op het gebied van jeugdzorg.

Werknemers, werkgevers en gemeenten constateerden samen dat er iets moet gebeuren in de randvoorwaarden rond jeugdzorg. Een van die randvoorwaarden is het hebben van voldoende financiële middelen. Daarom richtten we onze blik op minister Hugo de Jonge van het ministerie van VWS. Namens het collectief stuurden we hem meerdere brandbrieven over werkdruk in de jeugdzorg.

‘Inkoopwaanzin overheerst, terwijl de vragen moeten zijn:
kopen we voldoende zorg én de juiste zorg in?’

Op dit moment is er een tekort van 750 miljoen euro in de jeugdzorg en spelen er verschillende issues. Zo ervaren professionals nu veel administratieve rompslomp: veertig tot zeventig procent van de tijd zitten zij achter de computer. Dit komt deels door de invoering van het tuchtrecht, waardoor iedere medewerker persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld bij fouten en deels door de controle die sommige gemeenten uitoefenen, waardoor professionals letterlijk iedere activiteit moeten noteren. Daarnaast is er nog het probleem ‘inkoopwaanzin’ waarbij het in gesprekken met gemeenten over jeugdhulp vooral gaat over tarieven. Terwijl de vragen moeten zijn: ‘kopen we voldoende zorg in, en kopen we de juiste zorg in?’

Om deze problemen aan te kaarten, lieten we online veel van ons horen en besloten we in september een manifestatie in Den Haag te organiseren. Hierbij hadden we gerekend op een opkomst van 2.500 mensen, er kwamen er 3.500! En dat voor een branche waarin mensen eigenlijk nooit protesteren, omdat ze niet willen dat dit ten koste gaat van hun zorg voor mensen. Dit geeft wel aan hoe diep dit probleem gevoeld wordt.

Het resultaat van de manifestatie was een gesprek met minister De Jonge. Dit heeft nieuwe deuren geopend, we zitten ineens overal aan tafel: bij de VNG, bij het ministerie, bij beroepsverenigingen. De kunst is nu om onze invloed te laten gelden. Want op de werkvloer is er te weinig verbetering zichtbaar en voelbaar. Kortom: er is nog werk aan de winkel!

Als gesprekspartner benoemen we problemen en dragen we reële oplossingen aan. Zo wordt er vooral ingezet op goede zorg voor de cliënten. Maar ik vind dat professionals ook iets voor zichzelf mogen vragen, zoals goede werkomstandigheden en een passend loon. Tegelijkertijd moeten mensen zelf duidelijker hun grenzen aangeven, door te zeggen: dit is wat ik nog verantwoord vind, anders doe ik afbreuk aan mijn eigen professionaliteit.

Op organisatieniveau zien we dit al gebeuren. Sommige organisaties maken keuzes welke zorg ze wel of niet langer kunnen bieden. Dat vind ik dapper. Zolang er vanuit het ministerie niet wordt voldaan aan de randvoorwaarden, zal het gesprek steeds vaker gaan over dat wat de jeugdzorg níet meer kan doen. Wij zeggen dan: bij een probleem dat in de gehele sector speelt, moet je als organisaties solidair zijn en samen zeggen ‘tot hier en niet verder’.

Ondertussen bereiden we onszelf voor op onze vervolgopdracht. Want áls er extra geld voor jeugdzorg vrijkomt, hoe zorgen we dan dat het op de werkvloer terechtkomt? Zodat mensen weer lucht krijgen, meer tijd met cliënten door kunnen brengen en de sector weer aantrekkelijk wordt om in te werken. Als oud-medewerker zit de liefde voor jeugdzorg in mijn bloed. Jeugdzorg heeft een enorm maatschappelijk belang en is voor sommige kinderen zelfs letterlijk van levensbelang. Daar maak ik mij graag hard voor.”